Zero emissie binnenvaart, batterij-elektrisch (ZERO EMISSION SERVICES (ZES))

Dit voorstel omvat een nieuw energiesysteem voor de verduurzaming van de binnenvaart. Het bevat een volledig producten- en dienstenpakket, gebaseerd op verwisselbare batterijcontainers met groene stroom, laadstations en technische ondersteuning. Dit ‘pay per use’-systeem maakt batterij-elektrisch varen betaalbaar voor scheepseigenaren.

Met de bijdrage uit het Groeifonds wordt geïnvesteerd in 45 schepen, 77 batterij-containers en 14 laadstations voor volledig batterij-elektrisch aangedreven binnenvaartschepen. 

De uiteindelijke doelstelling van het project is om in 2030 150 en in 2050 400 binnenvaartschepen emissieloos te laten varen met behulp van modulaire energiecontainers. Deze schepen zullen hoofdzakelijk heen en weer varen (‘pendelen’) tussen nog aan te leggen laadstations in de nabijheid van containerterminals. De laadstations zijn gepland op de belangrijkste binnenvaartcorridors in Nederland. Door de bijdrage uit het Groeifonds kan het aantal schepen en laadstations daarna zonder subsidie verder groeien. Daarmee kunnen belangrijke nationale en internationale duurzaamheidsdoelen voor de binnenvaart worden bereikt.

Binnenvaart is de grootste modaliteit voor de Rotterdamse haven voor de aan- en afvoer van goederen. Dit project is een bouwsteen om de voorsprong van deze sector te behouden. Bovendien helpt het verduurzaming te bespoedigen en de maatschappelijke kosten van ons toekomstig energiesysteem te verlagen, onder andere omdat de batterijcontainers voor meerdere doeleinden gebruikt kunnen worden en de laadstations het energienetwerk kunnen stabiliseren. Met het project worden hoogwaardige banen gecreëerd (en behouden) bij onder andere scheepswerven, toeleveranciers, serviceproviders en energiebedrijven.

Het project is ingediend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het is een initiatief van Zero Emission Services (ZES), een bedrijf opgericht door het Havenbedrijf Rotterdam, ENGIE/EQUANS, ING Bank en Wärtsilä.

Voor dit project wordt een bijdrage van € 50 mln.  uit het Groeifonds gevraagd.