De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft het jaarverslag 2025 van de adviescommissie van het Nationaal Groeifonds aan de Tweede Kamer gestuurd. Het jaarverslag geeft inzicht in de voortgang van de 50 groeifondsprojecten in het afgelopen jaar. 2025 was een jaar waarin projecten in de volle breedte van het portfolio zichtbaar op stoom kwamen en hun impact steeds duidelijker werd.  

Investeren in innovatie blijft belangrijk

Het Nationaal Groeifonds is opgericht om te investeren in projecten die Nederland op de lange termijn sterker, duurzamer en innovatiever maken. Dat doel is actueler dan ooit. De concurrentiepositie van Nederland staat onder druk en Nederland investeert structureel minder in kennis en innovatie dan vergelijkbare landen. 

Tegelijkertijd groeit het besef dat structurele investeringen in innovatie nodig zijn om het verdienvermogen van Nederland te versterken. Het Nationaal Groeifonds investeert al volop in belangrijke domeinen als digitalisering en AI, veiligheid, energie- en klimaattechnologie en life sciences. Zo is het AI-landschap sinds de start van NOLAI sterk veranderd, met groeiende aandacht voor AI in het onderwijs, werkt POLARIS aan geavanceerde radartechnologie en telecommunicatie, versnelt GroenvermogenNL de toepassing van groene waterstof en draagt Oncode Accelerator bij aan innovatie in de oncologie. 

Van plannen naar resultaten boeken

Alle groeifondsprojecten zijn inmiddels voorbij de opstartfase en bevinden zich in de uitvoerings- of opschalingsfase. Daarmee verschuift de focus van plannen maken naar resultaten boeken. 

In 2025 werden daarin belangrijke stappen gezet. Quantum Delta NL lanceerde de eerste quantum incubator voor start-ups in Leiden. Op deze plek kunnen beginnende bedrijven die zich met kwantumtechnologie bezighouden zich vestigen. Door in één gebouw te werken, kunnen ze een community vormen en de kwantumtechnologie ontwikkelingen samen versnellen. En LLO-Collectief groeide van 2 naar 20 regionale collectieven. Met behulp van deze collectieven kunnen volwassenen die moeite met lezen, schrijven, rekenen en/of digitale vaardigheden geholpen worden. Hierdoor kunnen ze weer meedoen in de samenleving, een opleiding volgen of werk vinden. Projecten werken ook steeds vaker samen aan gedeelde uitdagingen. Zo tekenden 8 Life Sciences & Health-projecten in december 2025 een samenwerkingsovereenkomst om samen te werken aan onder meer gezondheidsdata, valorisatie en medicijnontwikkeling. 

Nieuwe fase brengt nieuwe uitdagingen

Nu veel projecten verder zijn in de uitvoering, ontstaan ook nieuwe uitdagingen. Dat hoort bij de fase waarin grootschalige en langjarige innovatieprojecten zich bevinden. Ook loopt niet alles precies zoals vooraf was bedacht. De wereld verandert, inzichten ontwikkelen zich en soms blijkt dat plannen moeten worden aangepast. 

De adviescommissie verwacht de komende periode vaker te adviseren over significante wijzigingen binnen projecten. Daarbij staat steeds één vraag centraal: wat betekent de voorgestelde aanpassing voor de beoogde impact? Soms vraagt dat om moeilijke keuzes. Tegelijkertijd is risico nemen onderdeel van innovatie. Het Nationaal Groeifonds investeert bewust in projecten met een hoog risicoprofiel en een potentieel grote economische en maatschappelijke opbrengst.

Blijven leren en samenwerken

Binnen het fonds is in 2025 verder gewerkt aan het beter zichtbaar maken van resultaten en het versterken van datagedreven monitoring. Ook kennisuitwisseling tussen projecten kreeg meer aandacht. Door ervaringen te delen, kunnen projecten van elkaar leren en hun impact vergroten.

Voorzitter van de adviescommissie Ingrid Thijssen

Voorzitter van de adviescommissie Ingrid Thijssen benadrukt in het jaarverslag het belang van die gezamenlijke inzet:

“De eerste resultaten van de groeifondsprojecten worden zichtbaar. Dat is precies het moment om door te pakken: snelheid maken, resultaten laten zien en helder communiceren over de impact. Namens de adviescommissie spreek ik mijn grote waardering uit voor alle partijen die daar met hun inzet, expertise en doorzettingsvermogen aan bijdragen.”