Zes jaar lang adviseerde hij over de mooiste en meest complexe innovatieprojecten van Nederland. Bij zijn afscheid blikt Peter Wennink terug op zijn rol als vicevoorzitter van de adviescommissie van het Nationaal Groeifonds (NGF) en kijkt hij vooral vooruit. Zijn boodschap is helder: het werk is nog niet af, en het bedrijfsleven moet een tandje bijzetten.

Peter Wennink treedt per 15 september af als lid van de adviescommissie van het NGF
Ruimte om te falen, kans om te groeien
Innovatie is volgens Wennink belangrijker dan ooit. Overal ter wereld voelde hij de urgentie om te vernieuwen, maar in Nederland ontbrak die lange tijd. "Ik heb Nederland weleens 'dik, dom en blij' genoemd," zegt hij. Inmiddels is dat beeld gekanteld: vroege innovatie wordt breed erkend als noodzaak, juist nu grote transities om aandacht vragen. Denk aan digitalisering en sleuteltechnologie, life sciences en biotechnologie, energie en klimaat, en veiligheid.
Wennink benadrukt dat innovatie geen rechte lijn is. "Het is een proces van snelle verbeter- en aanpassingsrondes. Je doet het samen, maar je weet nog niet precies hoe. Pas aan het einde weet je wat eruit komt." Risico nemen hoort daarbij, en mislukken dus ook. Zonder die ruimte voor falen, geen doorbraken, en zonder innovatie geen geld om de Nederlandse verzorgingsstaat te blijven financieren.
Waarom het Nationaal Groeifonds ertoe doet
Voor Wennink is het Nationaal Groeifonds een dappere zet van voormalige ministers Hoekstra en Wiebes geweest. Nederland had volgens hem nooit een tekort aan ideeën, wel aan kapitaal en aan bereidheid om risico te nemen. Juist de vroegste, embryonale fase van innovatie kreeg te weinig financiering, terwijl je zonder die fase nooit verder komt in de ontwikkeling van een technologie. Precies dat gat vulde het NGF.
Hij noemt de adviescommissie van het Nationaal Groeifonds een cruciale schakel. "Bij de beoordeling ben ik altijd op mijn intuïtie afgegaan, uiteraard gebaseerd op alle beschikbare informatie. Met groot vertrouwen in de expertise van de commissieleden, de stafdirectie en alle betrokken experts."
Een weeffout, en de les daaruit
Toch ziet Wennink ook een fundamenteel probleem: de wettelijke inbedding van het fonds. Deeptech heeft simpelweg tijd nodig, vaak 5 tot 8 jaar voordat de eerste resultaten zichtbaar worden. NGF-projecten lopen daarom bewust 10 tot 20 jaar; het gaat om een strategische visie op lange termijn. Het lukte de politiek niet om die langetermijnvisie vast te houden. Door het niet laten doorgaan van de geplande vierde en vijfde ronde, werd het NGF ook in de korte termijn ingezogen. Dat is spijtig, maar met 50 projecten voor circa 11 miljard euro heeft het NGF nog altijd een prachtige en unieke portefeuille.
Wennink wil hier wel lessen uit trekken. Zo moeten de op te richten Nationale Investeringsinstelling en het Nationaal Agentschap voor Disruptie Innovatie (NADI) zodanig op afstand van de politiek worden gepositioneerd dat de beschikbaarheid van de financiële middelen gewaarborgd blijft.
Ook wijst Wennink op het belang om bedrijven vanaf de start goed te positioneren. Daar ligt een belangrijk deel van de uitvoeringskracht en ook het verdienvermogen. In sommige projecten lag de focus aan het begin meer op de connectie met de wetenschap. Die link met de wetenschap is heel belangrijk, maar de vernieuwing moet via het bedrijfsleven uiteindelijk ook waarde creëren.
Werkbezoeken als hoogtepunt
Ondanks de kritische noten kijkt Wennink met veel plezier terug. De werkbezoeken waren voor hem altijd een hoogtepunt. “Je ziet in de praktijk dat het geld heel nuttig wordt besteed.” Ook de goede inhoudelijke, soms bijna filosofische discussies vond hij zeer interessant. Zijn tijd bij de adviescommissie waardeerde hij enorm. "De kwaliteit van de adviescommissieleden is echt fantastisch."
Vooruitkijken, met meer overtuiging dan ooit
Wennink windt er geen doekjes om: de wereld is onrustig, en Nederland moet in beweging blijven. Voor bredere welvaart op de lange termijn is investeren in innovatie onmisbaar. Financiering vanuit het NGF is geen vaststaand recht, benadrukt hij: bij te weinig voortgang stopt de steun. Dat geld hoeft dan niet verloren te gaan. Het is essentieel dat het binnen het fonds blijft, voor nieuwe projecten of voor een extra impuls aan projecten die goed presteren.
De portfolioaanpak van het NGF ziet hij als grote meerwaarde: veel projecten zitten nu nog in een vroege fase, maar een deel zal doorgroeien, bedrijven aanhaken en uiteindelijk geld opleveren. "Dan ben je aan het industrialiseren."
Zes jaar na de start van NGF is Wennink positiever over het fonds dan ooit. "De tijd is inmiddels (over)rijp om in innovatie te investeren. We moeten het nú doen. Het Nationaal Groeifonds is en blijft een gigantisch belangrijk instrument, maar zorg vooral voor de aansluiting en het commitment van het bedrijfsleven."