Wat zijn de criteria?

De commissie heeft een kader opgesteld om voorstellen inhoudelijk te wegen. Dit analysekader bestaat uit vier criteria.  

  1. de bijdrage aan ons duurzaam verdienvermogen;
  2. de strategische onderbouwing van het voorstel;
  3. de kwaliteit van het plan;
  4. de kwaliteit van bestuur/organisatie (governance) en de samenwerking.

Hieronder wordt per criterium een puntsgewijze toelichting gegeven. Aansluitend geven wij weer hoe de criteria worden toegepast.

Criterium 1. Bijdrage aan het duurzaam verdienvermogen

  1. De omvang van de positieve bijdrage aan duurzame en structurele economische groei, in verhouding tot de bijdrage uit het Groeifonds (inclusief de onderbouwing van die bijdrage).

Criterium 2. Strategische onderbouwing

  1. De bijdrage aan maatschappelijke transities. Een positief saldo van maatschappelijke baten en lasten is een randvoorwaarde.
  2. De onderbouwing van probleem- en doelstelling(en), beoogde economische en maatschappelijke effecten, en de voorgestelde interventie, in vergelijking met mogelijke alternatieven.
  3. De algemene risico’s en afhankelijkheden voor het bereiken van de doelstelling(en).
  4. Legitimiteit: zonder hulp van het Groeifonds voeren bedrijven of instellingen het project niet uit. Het gaat hier om een randvoorwaarde.
  5. Subsidiariteit: het voorstel is gericht op problemen en/of kansen die op rijksoverheid niveau uitgevoerd moeten worden. Het gaat hier om een randvoorwaarde.
  6. Het gebruik van de laatste wetenschappelijke en technologische inzichten.
  7. De aansluiting bij internationale ontwikkelingen en/of buitenlandse voorbeelden.
  8. De aansluiting bij de comparatieve voordelen van Nederland.
  9. De aansluiting van het voorstel bij bestaande nationale initiatieven en prioriteiten.
  10. De toekomstbestendigheid en groeipotentieel van het voorstel.
  11. De mate van innovatie en brede toepasbaarheid.
  12. De mate waarin een voorstel bijdraagt aan het versterken van de innovatiekracht van een ecosysteem of sector.

Criterium 3. Kwaliteit van het plan

  1. De doelmatigheid en efficiëntie van de voorgestelde interventie.
  2. De formulering van tussentijdse doelen, mijlpalen, prestatie-indicatoren, fasering en planning.
  3. De omschrijving van de praktische en juridische uitvoerbaarheid van het voorstel en de haalbaarheid van de implementatie.
  4. Het overzicht van plan specifieke risico’s, kansen, afhankelijkheden en bijbehorende beheersmaatregelen.
  5. Het beleid met betrekking tot intellectueel eigendom en knowhow (indien relevant).
  6. De samenhang met flankerend beleid en andere initiatieven binnen het (eco)systeem.
  7. De onderbouwde begroting (per activiteit).
  8. De beschrijving en onderbouwing van de mate van co-bekostiging en/of financiering (per activiteit).
  9. Additionaliteit: bekostiging van het voorstel leidt niet tot verdringing van andere publieke en private bekostigings- en/of financieringskanalen.
  10. De omschrijving van monitoring en evaluatie van de implementatie.

Criterium 4. Samenwerking en governance

  1. De expertise, uitvoeringscapaciteit en reputatie van betrokken partijen. De ervaring en track record (bewezen kwaliteiten en resultaten) van het management.
  2. De afspraken tussen de partijen over de samenwerking, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en de afgesproken financiële en/of inhoudelijke bijdragen.
  3. De onderbouwing van een robuuste en effectieve governance (bestuur en organisatie) die slagvaardige besluitvorming en scherpe keuzes mogelijk maakt door een heldere beschrijving van verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor verschillende organen, waaronder op strategisch en financieel vlak.
  4. De betrokkenheid en steun van belanghebbenden.

Hoe worden de criteria toegepast?

Per criterium zal voor de beoordeling een effectenladder worden toegepast. De scores lopen van ‘Gering’, ‘Gemiddeld’, ‘Hoog’, tot ‘Zeer hoog’.

Voorstellen (of onderdelen van) moeten tenminste ‘Gemiddeld’ op elk van de criteria scoren. Alleen de voorstellen die hier aan voldoen, worden meegenomen in de eindafweging en in het advies aan het kabinet.

Het doel is om een samenhangend advies van alle voorstellen uit te brengen aan het kabinet. Hiervoor worden de projecten op rangorde geschikt. De onderbouwing volgt uit bovenstaande analysekader. Aanvullend zal de commissie bij de advisering rekening houden met een evenwichtige spreiding van investeringen in de verschillende regio’s door de tijd. De focus ligt namelijk op het vergroten van het verdienvermogen van heel Nederland.

In het eindadvies weegt de commissie deze aspecten in gezamenlijkheid om zo tot een samenhangende en evenwichtige portefeuille over de terreinen te komen.